Examenreglement

De voorzitter van de KNVvL, 

besluit in het kader van het KEI (KNVvL Examinering Instituut) dat het volgende examenreglement door de KNVvL op 17 januari 2005 voor het eerst is vastgesteld.

 

Den Haag, 

F. Brink (voorzitter KNVvL)

  

Examenreglement

Ballonvaarbewijs

Balloon Pilot Licence (BPL)

 

Artikel 1        Algemeen
 

1.1       De examencommissie voor ballonvaren heeft tot taak te onderzoeken of kandidaten beschikken over voldoende theoretische kennis, praktische bedrevenheid en voldoende ervaring voor het verkrijgen van het BPL en de bevoegdverklaringen daarin.

 

1.2       De examencommissie is belast met de examens voor het BPL, ten tweede is de commissie belast met de examens voor de bevoegdverklaring vaaronderricht (VO), alsmede de standaardisatie van normen ten behoeve van het afnemen van deze examens.

 

1.3       De examencommissie wordt vertegenwoordigd door de voorzitter van de commissie of, bij diens afwezigheid, door de vice-voorzitter. De voorzitter heeft als bijzondere taak het onderhouden van alle contacten met het dagelijks bestuur van de KNVvL.

 

Artikel 2        Organisatie van de commissie

 

2.1       Voor de benoeming van de examencommissie door de voorzitter van de KNVvL worden voordrachten opgesteld door het bestuur van de Afdeling Ballonvaren.

 

2.2       De examencommissie adviseert de voorzitter van de KNVvL met betrekking tot de voordrachten van personen voor de benoeming tot lid, voorzitter en vice-voorzitter van de examencommissie.

 

2.3       Open

 

2.4       Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de examencommissie voor het afnemen van theorie-examens voor het BPL en de bevoegdverklaring vaaronderricht (VO) houdt de examencommissie er rekening mee dat daartoe bij voorkeur een persoon wordt benoemd, die:

-           zelf in het bezit is van de bevoegdverklaring, waarvoor het examen is bedoeld;

-           een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de theorie voor de betreffende bevoegdverklaring bezit;

-           te goeder naam en faam bekend staat als deskundige.

 

2.5       Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de commissie voor het afnemen van praktijkexamens voor het BPL houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe een persoon wordt benoemd, die:

-           een actief ballonvaarder is;

-           meer dan drie jaar in het bezit is van die bevoegdverklaring vaaronderricht (VO) of het brevet FI(FB);

-           te goeder naam en faam bekend staat als ballonvaarder.

 

2.6       Open

2.7       De voorzitter kan tijdelijk of permanent een of meer commissieleden belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de commissie.

 

2.8       Door de KNVvL-Afdeling Ballonvaren wordt voorzien in een secretaris. De secretaris verricht de secretari묥 werkzaamheden ten behoeve van de examencommissie.

 

2.9       Voor zover leden van de examencommissie zijn betrokken bij de opleiding voor het behalen van bevoegdverklaringen in het BPL, worden kandidaten aan de opleiding van wie zij in belangrijke mate hebben bijgedragen, niet door hen ge븡mineerd.

 

Artikel 3        Organisatie van de theorie-examens

 

3.1       De theorie-examens voor het bewijs van bevoegdheid BPL en de bevoegdverklaringen in het BPL zijn, afhankelijk van het examenvak en de bevoegdverklaring, schriftelijk en mondeling, of uitsluitend mondeling.

 

3.2       In bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen uitsluitend mondeling te examineren.

 

3.3       Bij gemengde examens geldt, dat onder zekere voorwaarden, zoals beschreven in artikel 10 Beoordeling theorie-examens, met betrekking tot het resultaat van het schriftelijk deel, het mondelinge deel kan komen te vervallen. De tijd tussen het afleggen van het schriftelijke examen en het eventueel af te leggen mondeling examen bedraagt maximaal 6 weken.

 

3.4       Van theorie-examens die uit meer examenvakken bestaan kunnen deze examenvakken apart worden ge븡mineerd. Bij een voldoende resultaat voor 驮 van deze vakken wordt aan de kandidaat een certificaat uitgereikt. De kandidaat is voor het gehele theorie-examen geslaagd indien hij binnen de daarvoor gestelde termijn certificaten heeft verworven voor alle vakken van het betreffende examen.

 

3.5       Open

 

3.6       De co�nator nodigt tijdig een voldoende aantal leden van de examencommissie uit voor het opstellen van de examenvragen, het uitoefenen van toezicht tijdens het schriftelijke gedeelte en het afnemen van de mondelinge examens. De co�nator houdt hierbij rekening met het gestelde in artikel 2 Organisatie van de commissie, negende lid.

 

3.7       De examenopgaven worden gesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de exameneisen vervatte leerstof, ten einde een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de kennis van de kandidaat. Examinatoren maken voor het opstellen van de vragen zoveel mogelijk gebruik van de, voor het betreffende examen, aanbevolen literatuur.

 

3.8       De opgestelde examenopgaven worden door de opsteller zo spoedig mogelijk aan de co�nator voor het betreffende theorie-examen ter hand gesteld of toegezonden. Deze stelt de opgaven na overleg met de opstellers vast en zorgt voor de vermenigvuldiging ervan.

 

3.9       Voor ieder af te nemen theorie-examen draagt de co�nator zorg voor het beschikbaar zijn van de benodigde examenruimte en de examenmaterialen. Voor de aanvang van een examen is hij verantwoordelijk voor de controle op het geschikt zijn van de examenruimte.

 

3.10      Bij het schriftelijke gedeelte van het examen zijn in elk lokaal ten minste twee leden van de examencommissie aanwezig voor het houden van toezicht.

 

3.11      Uiterlijk 10 minuten voor aanvang van het schriftelijke examen vervoegt de kandidaat zich bij de toezichthoudende examinator(en).

 

3.12      Bij het examen moeten kandidaten zich kunnen identificeren met een wettig identiteitsbewijs, voorzien van een goedgelijkende foto. De personalia van de kandidaat worden verwerkt op het examenuitslagformulier.

 

3.13      De examenopgaven worden voorafgaande aan het schriftelijke examen door de co�nator aan de toezichthoudende examinator(en) overhandigd om uit te delen aan de kandidaten.

 

3.14      De kandidaten beantwoorden de opgaven slechts op daarvoor aan hen uitgereikt papier. Al het uitgereikte papier wordt na afloop van het schriftelijke examen ingenomen. De kandidaten mogen op hun tafel slechts de zaken hebben, welke door de toezichthoudende examinator(en) als noodzakelijk worden geacht. Uitlenen van hierboven bedoelde noodzakelijke zaken zonder toestemming van de examinator(en) is niet toegestaan.

 

3.15      Gedurende het examen mogen kandidaten het lokaal niet verlaten, niet met elkaar spreken en het werk van elkaar niet inzien. Als dat toch gebeurt, leidt dit tot het direct inleveren van het examenwerk en verdere uitsluiting van het examen.

 

3.16      Zo spoedig mogelijk na de be멮diging van het schriftelijke deel van een examen wordt het schriftelijke werk door bij voorkeur twee examinatoren nagekeken en beoordeeld. Daarna bericht de co�nator aan de kandidaten voor welk(e) vak(ken) men is geslaagd en, indien van toepassing, voor welk(e) vak(ken) nog een mondeling examen moet worden afgelegd.

 

3.17      Wanneer meer mondelinge examens tegelijkertijd worden afgenomen, zorgt de co�nator ervoor dat de opstelling van de tafels zodanig is dat de examens geen hinder van elkaar ondervinden.

 

3.18      Na afloop van het mondelinge deel van het examen stelt de co�nator, in overleg met de aan de examinering deelnemende leden van de examencommissie, het eindresultaat per examenvak voor iedere kandidaat vast. Vervolgens deelt de examencommissie dit aan de kandidaat mede. Als bewijs van een voldoende resultaat, schrijft de co�nator in naam van de voorzitter van de examencommissie, ter plaatse de door de kandidaat behaalde certificaten uit. Deze certificaten worden mede ondertekend door de betreffende examinator.

 

3.19      Om het ter plaatse uitschrijven van de certificaten mogelijk te maken, doet de co�nator ruim v󳲠het examen opgave aan het secretariaat van het verwachte aantal deelnemende kandidaten. Het secretariaat zorgt naar aanleiding van deze opgave voor een tijdige toezending van een voldoende aantal blanco certificaten.

 

3.20      Na afloop van het examen is de co�nator verantwoordelijk voor toezending aan het secretariaat van de niet uitgeschreven certificaten, samen met:

-           het beoordeelde examenwerk;

-           een overzichtlijst van de deelnemende examinatoren;

-           een volledig stel vragen;

-           een ingevuld examenuitslagformulier met daarop de uitslag van het examen per kandidaat en de aanduiding of een certificaat is uitgeschreven en uitgereikt.

Al deze bescheiden worden door toedoen van het secretariaat minimaal 5 jaren zorgvuldig bewaard.

 

3.21      Na afloop van het examen mogen de kandidaten de opgaven voor het schriftelijk deel van het theorie-examen houden.

 

Artikel 4        Praktijkexamens voor het BPL

 

4.1       Open

 

4.2       De co�nator nodigt voor de praktijkexamens voor het BPL per volledig praktijkexamen bij voorkeur twee leden van de examencommissie uit voor het afnemen van het examen.

 

4.4       Na gunstige afloop van het praktijkexamen vult de examinator een examenuitslagformulier in. De examinator ondertekent het examenformulier. Het examenformulier wordt hierna, namens de voorzitter, door de co�nator ondertekend.

 

4.5       De co�nator doet opgave van ieder door hem uitgeschreven certificaat aan de secretaris.

 

Artikel 5        Praktijkexamens voor de bevoegdverklaring vaaronderricht (V0)

 

In ontwikkeling

 

Artikel 6        Verplichtingen van kandidaten van praktijkexamens

 

6.1       Kandidaten voor een praktijkexamen kunnen dit slechts afleggen, nadat zij het volledige theorie-examen met goed gevolg hebben afgelegd en aan de ervaringseisen voor het BPL respectievelijk de betreffende bevoegdverklaring voldoen met tenminste 驮 solovaart en medische geschiktheid.

 

6.2       Bij ieder examen moeten kandidaten zich kunnen identificeren door middel van een wettig identiteitsbewijs voorzien van een goedgelijkende foto. De personalia van de betrokken kandidaat worden verwerkt op uitslagformulieren dan wel certificaten.

 

6.3       Voor ieder af te nemen praktijkexamen draagt de kandidaat in overleg met de aangewezen examinatoren zorg voor:

-       toegang en opvang van de examinatoren op het te gebruiken terrein;

-       de aanwezigheid van het voor het examen benodigde materiaal;

-       de benodigde vergunningen als bedoeld in het Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen (BIGNAL);

-       actuele metro-informatie;

-       boorddocumenten van de balloon waarop het examen wordt afgelegd.

Artikel 7        Geldigheid theoriecertificaten

7.1       Binnen een periode van 24 maanden moeten alle benodigde certificaten voor het theorie en praktijkexamen zijn behaald om in aanmerking te komen voor het BPL.

 

Artikel 8        Theorie-examens

 

8.1       De theorie-examens omvatten de vakken, omschreven in bijlage 1 bij deze regeling.

 

8.2       Op de betreffende bijlage is tevens voor elk vak aangegeven wat de tijdsduur is van zowel het schriftelijk als het mondeling examengedeelte.

 

Artikel 9        Praktijkexamens

 

9.1       Praktijkexamens omvatten de groepen of onderdelen, die zijn vermeld in bijlage 2a en c bij deze regeling.

 

9.2       De tijdsduur van een mondeling examen als onderdeel van een praktijkexamen is ter beoordeling van de examinator(en) met een minimum- en een maximumduur, zoals vermeld in bijlage 1 bij deze regeling.

 

9.3        Een kandidaat is geslaagd voor een praktijkexamen zodra alle van toepassing zijnde groepen en onderdelen van het examen afgelegd en als voldoende beoordeeld zijn.

 

9.4        De plaats van het examen wordt in samenspraak met de kandidaat vastgesteld.

 

9.5       De duur van de examenvlucht bedraagt tenminste 45 minuten of zoveel langer als naar het  oordeel van de examinator noodzakelijk wordt geacht.

 

Artikel 10      Beoordeling theorie-examens

 

10.1      Kandidaten worden afgewezen, wanneer bij het schriftelijke examen 40% van de te behalen punten of lager wordt behaald.

 

10.2      Kandidaten die bij het schriftelijke examen meer dan 40%, maar minder dan 70% van de te behalen punten behalen, kunnen in het betreffende vak een mondeling examen afleggen. Het eindoordeel van het mondelinge gedeelte vormt tevens het eindoordeel over het betreffende vak.

 

10.3      Kandidaten, die bij het schriftelijke examen 70% of meer van de te behalen punten behalen, zijn geslaagd voor dat vak.

  

Bijlagen behorende tot het examenreglement voor het BPL

Bijlage 1 bij het examenreglement ballonvaren 

In de volgende tabel zijn de examenvakken voor de theorie van het BPL aangegeven en de duur van het examen per vak.

Examenvak

examenduur

Ballonvaren

schriftelijk

mondeling

Voorschriften

30 minuten

15 minuten

Meteorologie

30 minuten

15 minuten

Menselijke prestaties en beperkingen

30 minuten

15 minuten

Ballonvaren en Materialen

45 minuten

15 minuten

Communicatie

30 minuten

15 minuten

Navigatie

30 minuten

15 minuten

  

Bijlage 2a bij het Examenreglement ballonvaren

Onderdelen van het praktijk examen en van de bevoegdverklaringen in het BPL

1. Check geldige theoriecertificaten / Ballonvaarbewijs (BPL of RPL(FB))

         certificaten voor de 6 vakken van het theorie examen ballonvaren niet ouder dan 24 maanden

 2. Check ervaringseisen

         ten minste 1 solovaart te hebben uitgevoerd op een hete luchtballon(klasse A)

         ten minste 12 vaarten met een gezamenlijke vluchttijd van tenminste 16 uren onder toezicht van een FI(FB) op een ballon behorende tot Klasse A

3. Praktijk examen:

         voldoende mondeling examen van de 'theorie van de praktijk' (niet uitsluitend betrekking hebbend op de voorbereiding van de examenvluchten)

         Voldoende uitvoering van een examenvlucht samengesteld uit oefeningen uit de volgende groepen:  

o    GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht

Print icoon

bezoek www.knvvl.nl