Examenreglement
De voorzitter van de KNVvL,
besluit in het kader van het KEI (KNVvL Examinering Instituut) dat het volgende
examenreglement door de KNVvL is vastgesteld en in werking treedt met terugwerkende
kracht tot 1 oktober 2004.
Den Haag,
F. Brink (voorzitter KNVvL)
Artikel 1 Algemeen
Artikel 2 Organisatie van de commissie
Artikel 3 Organisatie van de theorie-examens
Artikel 4 Praktijkexamens voor het PGL en de bevoegdverklaringen tandemvliegen en trikestart
Artikel 5 Praktijkexamens voor de bevoegdverklaring vliegonderricht (VO)
Artikel 6 Verplichtingen van kandidaten van praktijkexamens
Artikel 7 Geldigheid theoriecertificaten
Artikel 8 Theorie-examens
Artikel 9 Praktijkexamens
Artikel 10 Beoordeling theorie-examens
Bijlagen behorende tot het examenreglement voor het PGL
Examenreglement
Snorvliegbewijs
Paramotor Glider Licence (PGL)
Artikel 1 Algemeen
1.1 De examencommissie voor snorvliegen heeft tot taak te onderzoeken of kandidaten beschikken over voldoende praktische bedrevenheid en voldoende ervaring voor het verkrijgen van het PGL en bevoegdverklaringen daarin.
1.2 De examencommissie is belast met de examens voor het PGL en de bevoegdverklaringen tandemvliegen en trikestart. Tevens is zij belast met de examens voor de bevoegdverklaringen hulpinstructeur snorvliegen, snorvlieginstructeur, examinator, alsmede de standaardisatie van normen ten behoeve van het afnemen van deze examens.
1.3 De examencommissie wordt vertegenwoordigd door de voorzitter van de commissie of, bij diens afwezigheid, door de vice-voorzitter. De voorzitter heeft als bijzondere taak het onderhouden van alle contacten met de voorzitter van de KNVvL of een door hem aan te wijzen plaatsvervanger.
Artikel 2 Organisatie van de commissie
2.1 Voor de benoeming van de examencommissie door de voorzitter van de KNVvL worden voor de subcommissie afzonderlijke voordrachten opgesteld door de commissie instructie en veiligheid van de KNVvL-Afdeling gemotoriseerd vliegen sectie snorvliegen.
2.2 De examencommissie adviseert de voorzitter van de KNVvL met betrekking tot de voordrachten van personen voor de benoeming tot lid, voorzitter en vice-voorzitter van de examencommissie.
2.3 Bij het advies voor de voordracht tot benoemeing tot lid van de examencommissie wordt voor iedere persoon aangegeven voor welke examens of voor welke onderdelen van deze examens het advies geldt.
2.4 Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de examencommissie voor het afnemen van theorie-examens voor het PGL en bevoegdverklaring vliegonderricht (VO) houdt de examencommissie er rekening mee dat daartoe bij voorkeur een persoon wordt benoemd, die:
- Zelf in het bezit is van de bevoegdverklaring, waarvoor het examen is bedoeld.
- Een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de theorie voor de betreffende
bevoegdverklaring bezit. - Te goeder naam en faam bekend staat als deskundige.
2.5 Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de examencommissie voor het afnemen van praktijkexamens voor het PGL en de bevoegdverklaringen tandemvliegen en trikestart in het PGL, houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur een persoon wordt benoemd, die:
- Een actief snorvlieger is.
- Meer dan drie jaar in het bezit is van die bevoegdverklaring vliegonderricht (VO)
voor de bevoegdverklaring waarvoor hij examen afneemt. - Te goeder naam en faam bekend staat als snorvlieger.
2.6 Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht (VO) in het GPL houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur een persoon wordt benoemd, die:
- Een actief snorvlieger is,
- Minimaal 6 jaar in het bezit is van de bevoegdverklaringen waarvoor men examen afneemt.
- Een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de opleiding van vliegonderricht (VO) bezit, hetgeen moet blijken uit het vervuld hebben van de mentorfunctie bij de succesvolle opleiding van ten minste twee instructeurs.
- Te goeder naam en faam bekend staat als snorvlieginstructeur.
2.7 De voorzitter kan tijdelijk of permanent 驮 of meer commissieleden belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de commissie.
2.8 Door de KNVvL-Afdeling gemotoriseerd vliegen sectie snorvliegen wordt voorzien in een secretaris. De secretaris verricht de secretari묥 werkzaamheden ten behoeve van de examencommissie.
2.9 Voor zover leden van de examencommissie zijn betrokken bij de opleiding voor het behalen van bevoegdverklaringen in het PGL worden kandidaten aan de opleiding van wie zij in belangrijke mate hebben bijgedragen niet door hen ge븡mineerd.
Artikel 3 Organisatie van de theorie-examens
3.1 De theorie-examens voor het bewijs van bevoegdheid PGL en de bevoegdverklaringen in het PGL zijn, afhankelijk van het examenvak en de bevoegdverklaring, schriftelijk en mondeling, of uitsluitend mondeling.
3.2 In bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen uitsluitend mondeling te examineren.
3.3 Bij gemengde examens geldt, dat onder zekere voorwaarden, zoals beschreven in artikel 10, met betrekking tot het resultaat van het schriftelijk deel, het mondelinge deel kan komen te vervallen. De tijd tussen het afleggen van het schriftelijke examen en het eventueel af te leggen mondeling examen bedraagt maximaal 6 weken.
3.4 Van theorie-examens die uit meer examenvakken bestaan kunnen deze examenvakken apart worden ge븡mineerd. Bij een voldoende resultaat voor 驮 van deze vakken wordt aan de kandidaat een certificaat uitgereikt. De kandidaat is voor het gehele theorie-examen geslaagd indien hij binnen de daarvoor gestelde termijn certificaten heeft verworven voor alle vakken van het betreffende examen.
3.5 Voor de organisatie van de theorie-examens worden bij verenigingen of opleidingsinstituten op hun verzoek door de voorzitter leden van de examencommissie voor een van tevoren overeengekomen periode als conator benoemd. Deze conatoren houden namens hun vereniging of instituut contact met de voorzitter van de examencommissie, schrijven in zijn naam certificaten uit en coneren de theorie-examens binnen hun vereniging of instituut.
3.6 De conator nodigt tijdig een voldoende aantal leden van de examencommissie uit voor het opstellen van de examenvragen, het uitoefenen van toezicht tijdens het schriftelijke gedeelte en het afnemen van de mondelinge examens. De conator houdt hierbij rekening met het gestelde in artikel 2, negende lid.
3.7 De examenopgaven worden gesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de exameneisen vervatte leerstof, opdat een zo goed mogelijk beeld wordt verkregen van de kennis van de kandidaat. Examinatoren maken voor het opstellen van de vragen zoveel mogelijk gebruik van de voor het betreffende examen aanbevolen literatuur.
3.8 De opgestelde examenopgaven worden door de opsteller zo spoedig mogelijk aan de conator voor het betreffende theorie-examen ter hand gesteld of toegezonden. Deze stelt de opgaven na overleg met de opstellers vast en zorgt voor de vermenigvuldiging ervan.
3.9 Voor ieder af te nemen theorie-examen draagt de conator zorg voor het beschikbaar zijn van de benodigde examenruimte en de examenmaterialen. Voor de aanvang van een examen is hij verantwoordelijk voor de controle op het geschikt zijn van de examenruimte.
3.10 Bij het schriftelijk gedeelte van het examen zijn in elk lokaal ten minste twee leden van de examencommissie aanwezig voor het houden van toezicht.
3.11 Uiterlijk 10 minuten voor aanvang van het schriftelijke examen vervoegt de kandidaat zich bij de toezichthoudende examinator(en).
3.12 Bij het examen moeten kandidaten zich kunnen identificeren met een wettig identiteitsbewijs, voorzien van een goedgelijkende foto. De personalia van de kandidaat worden verwerkt op het examenuitslagformulier.
3.13 De examenopgaven worden voorafgaande aan het begin van het schriftelijke examen door de conator aan de aan het toezicht deelnemende examinator(en) overhandigd om uit te delen aan de kandidaten.
3.14 De kandidaten beantwoorden de opgaven slechts op daarvoor aan hen uitgereikt papier. Al het uitgereikte papier wordt na afloop van het schriftelijke examen ingenomen. De kandidaten mogen op hun tafel slechts de zaken hebben, welke door de toezichthoudende examinator(en) als noodzakelijk worden geacht. Uitlenen van hierboven bedoelde noodzakelijke zaken zonder toestemming van de examinator(en) is niet toegestaan.
3.15 Gedurende het examen mogen kandidaten het lokaal niet verlaten, niet met elkaar spreken en het werk van elkaar niet inzien. Als dat toch gebeurt, leidt dit tot het direct inleveren van het examenwerk en verdere uitsluiting van het examen.
3.16 Zo spoedig mogelijk na de be멮diging van het schriftelijke deel van een examen wordt het schriftelijke werk door bij voorkeur twee examinatoren nagekeken en beoordeeld. Daarna bericht de conator aan de kandidaten voor welk(e) vak(ken) men is geslaagd en, indien van toepassing, voor welk(e) vak(ken) nog een mondeling examen moet worden afgelegd.
3.17 Wanneer meer mondelinge examens tegelijkertijd worden afgenomen, zorgt de conator ervoor dat de opstelling van de tafels zodanig is dat de examens geen hinder van elkaar ondervinden.
3.18 Na afloop van het mondeling deel van het examen stelt de conator in overleg met de aan de examinering deelnemende leden van de examencommissie het eindresultaat per examenvak voor iedere kandidaat vast en deelt dit aan de kandidaat mede. Als bewijs van een voldoende resultaat schrijft de conator in naam van de voorzitter van de examencommissie ter plaatse de door de kandidaat behaalde certificaten uit. Deze certificaten worden mede ondertekend door de betreffende examinator.
3.19 Om het ter plaatse uitschrijven van de certificaten mogelijk te maken, doet de conator ruim vhet examen opgave aan het secretariaat van het verwachte aantal deelnemende kandidaten. Het secretariaat zorgt naar aanleiding van deze opgave voor een tijdige toezending van een voldoende aantal blanco certificaten.
3.20 Na afloop van het examen is de conator verantwoordelijk voor toezending aan het secretariaat van de niet uitgeschreven certificaten, samen met:
- Het beoordeelde examenwerk.
- Een overzichtlijst van de deelnemende examinatoren.
- Een volledig stel vragen.
- Een ingevuld examenuitslagformulier met daarop de uitslag van het examen per kandidaat
en de aanduiding of een certificaat is uitgeschreven en uitgereikt.
Al deze bescheiden worden door toedoen van het secretariaat minimaal 5 jaren zorgvuldig bewaard.
3.21 Open
Artikel 4 Praktijkexamens voor het PGL en de bevoegdverklaringen
tandemvliegen en trikestart
4.1 Voor de organisatie van de praktijkexamens voor het PGL wordt bij verenigingen of opleidingsinstituten op hun verzoek door de voorzitter leden van de examencommissie voor een van tevoren overeengekomen periode als conator benoemd.
Deze conatoren houden namens hun vereniging of opleidingsinstituut contact met de voorzitter van de examencommissie, schrijven in zijn naam certificaten uit en coneren de praktijkexamens afgenomen binnen hun vereniging of opleidingsinstituut.
4.2 De conator nodigt voor de praktijkexamens voor het PGL per volledig praktijkexamen bij voorkeur twee leden van de examencommissie uit voor het afnemen van het examen.
4.3 Voor het afnemen van examens voor de aanvullende bevoegdverklaringen tandemvliegen en trikestart, nodigt de conator 驮 lid van de examencommissie uit.
4.4 Na gunstige afloop van het praktijkexamen vult de examinator een examenuitslagformulier in. De examinator ondertekent het examenformulier. Het examenformulier wordt hierna, namens de voorzitter, door de conator ondertekend.
4.5 De conator doet opgave van ieder door hem uitgeschreven certificaat aan de secretaris.
Artikel 5 Praktijkexamens voor de bevoegdverklaring vliegonderricht (VO)
5.1 Voor de organisatie van de praktijkexamens voor het behalen van de bevoegdverklaring vliegonderricht (VO) wordt door de voorzitter voor een van tevoren overeengekomen periode een conator benoemd. Deze houdt contact met de voorzitter van de examencommissie, coneert de praktijkexamens en schrijft in naam van de voorzitter de op de praktijkexamens betrekking hebbende certificaten uit.
5.2 De conator voor de praktijkexamens voor de bevoegdverklaring vliegonderricht (VO) nodigt per praktijkexamen ten minste 驮 examinator uit. De examinator bepaalt in overleg met de kandidaat de plaats en de datum voor het examen.
5.3 Na afloop van een praktijkexamen voor een bevoegdverklaring vliegonderricht (VO) vult de examinator een examenuitslagformulier in. Dit ondertekende examenuitslagformulier wordt door 驮 van de examinatoren naar de conator gestuurd, die op grond daarvan in naam van de voorzitter van de examencommissie een certificaat voor het betreffende examen uitschrijft en toezendt aan de kandidaat.
5.4 De conator doet opgave van ieder door hem uitgeschreven certificaat aan het secretariaat.
Artikel 6 Verplichtingen van kandidaten van praktijkexamens
6.1 Kandidaten voor een praktijkexamen kunnen dit slechts afleggen, nadat zij het volledige theorie-examen met goed gevolg hebben afgelegd en aan de ervaringseisen voor het PGL respectievelijk de betreffende bevoegdverklaring voldoen.
6.2 Bij ieder examen moeten kandidaten zich kunnen identificeren door middel van een wettig identiteitsbewijs voorzien van goedgelijkende foto. De personalia van de betrokken kandidaat worden verwerkt op uitslagformulieren dan wel certificaten.
6.3 Voor ieder af te nemen praktijkexamen draagt de kandidaat in overleg met de aangewezen examinatoren zorg voor:
- Toegang en opvang van de examinatoren op het te gebruiken terrein.
- De aanwezigheid van het voor het examen benodigde materiaal.
Artikel 7 Geldigheid theoriecertificaten
7.1 Binnen een periode van 24 maanden moeten alle benodigde certificaten voor het theorie en praktijkexamen zijn behaald om in aanmerking te komen voor het PGL.
Artikel 8 Theorie-examens
8.1 De theorie-examens omvatten de vakken, omschreven in bijlage 1 bij deze regeling.
8.2 Op de betreffende bijlage is tevens voor elk vak aangegeven wat de tijdsduur is van
zowel het schriftelijke als het mondelinge examengedeelte.
Artikel 9 Praktijkexamens
9.1 Praktijkexamens omvatten de groepen of onderdelen, die zijn vermeld in bijlage 2a, b en c bij deze regeling.
9.2 De tijdsduur van een mondeling examen als onderdeel van een praktijkexamen is ter beoordeling van de examinator(en) met een minimum- en een maximumduur, zoals vermeld in bijlage 1 bij deze regeling.
9.3 Een kandidaat is geslaagd voor een praktijkexamen zodra alle van toepassing zijnde groepen en onderdelen van het examen afgelegd en als voldoende beoordeeld zijn.
Artikel 10 Beoordeling theorie-examens
10.1 Kandidaten, die bij het schriftelijke examen een resultaat van 70% of meer behalen, zijn geslaagd voor dat vak.
10.2 Kandidaten die op twee verschillende examenmomenten voor eenzelfde vak niet geslaagd zijn, kunnen een verzoek indienen bij de examencommissie tot het afleggen van een mondeling examen. Dit verzoek zal goed onderbouwd moeten zijn, waarom de kandidaat niet in staat is een schriftelijk examen met een voldoende resultaat af te leggen.
Bijlagen behorende tot het examenreglement voor het PGL
Bijlage 1 bij het examenreglement snorvliegen
In de volgende tabel zijn de examenvakken voor de theorie van het PGL aangegeven en
de duur van het examen per vak.
| Examenvak | Schriftelijk | Mondeling |
| Vliegtechniek | 20 min | 15 min |
| Aerodynamica | 20 min | 15 min |
| Meteorologie | 30 min | 15 min |
| Snorvliegen en uitrusting | 20 min | 15 min |
| Reglementen en voorschriften | 30 min | 15 min |
| Navigatie | 30 min | 15 min |
| Snorvlieginstructeur | Schriftelijk | Mondeling |
| Voorschriften | 30 min | 15 min |
| Materieel | 45 min | 20 min |
| Snorvliegen | 30 min | 20 min |
| Instructie | 45 min | 15 min |
| Meteorologie | 30 min | 15 min |
De examenduur van het mondelinge examen als onderdeel van
het praktische examen bedraagt:
| Bevoegdverklaring | examenduur in minuten | examenduur in minuten maximaal |
| Tandemvliegen | 10 | 20 |
| Trikestart | 10 | 20 |
Bijlage 2a bij het Examenreglement snorvliegen
Onderdelen van het praktijk examen voor de bevoegdverklaringen voetstart, trikestart
of tandemvliegen in het PGL
1. Check geldige theoriecertificaten / Snorvliegbewijs (PGL)
- certificaten voor de 6 vakken van het theorie examen snorvliegen niet ouder dan
24 maanden - Een snorvliegbewijs dat niet langer verlopen is dan 36 maanden
2. Check ervaringseisen
Soloverklaring:
- In het bezit van de theoriecertificaten van de 6 theorievakken zoals genoemd in bijlage 1.
- 10 vlieguren (met instructeur) waarvan 6 gemaakt in de afgelopen 12 maanden.
Snorvliegbrevet:
- In het bezit van een soloverklaring.
- ten minste 20 starts
- 20 vlieguren waarvan 10 in de laatste 12 maanden voor aanvraaag.
Aantekening Tandemvliegen:
- 70 solostarts als gebrevetteerd snorvlieger.
- 10 starts als tandempiloot met snorvlieginstructeur als passagier.
Aantekening Trikestart:
- 10 trikestarts onder begeleiding van een snorvlieginstructeur met de aantekening trikstart.
Vervallen van Trike-ONLY aantekening:
- 10 foot-launched starts onder begeleiding van een snorvlieginstructeur
3. Praktijk examen:
- Voldoende mondeling examen van de 'theorie van de praktijk' (niet uitsluitend betrekking
hebbend op de voorbereiding van de examenvluchten) - Voldoende uitvoering van een examenvluchten samengesteld uit oefeningen uit de volgende
groepen:
o GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht
o GROEP 2: Start en stijgvlucht
o GROEP 3: Vrije vlucht
o GROEP 4. Circuit, eindnadering en landing
o GROEP 5: Noodprocedures
N.B. Een kandidaat is alleen dan geslaagd voor het praktijkexamen, wanneer hij voor elk van de groepen oefeningen en voor elk van de voor hem van toepassing zijnde (hierboven nader gespecificeerde) speciale oefeningen een voldoende beoordeling krijgt.
Bijlage 2b bij het examenreglement snorvliegen
Onderdelen van het praktijkexamen voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht
Hulpinstructeur (HI), snorvlieginstructeur (IS) en Examinator (EX) in het PGL
1. Check geldige theoriecertificaten en snorvliegbewijs (PGL)
- certificaten voor de 5 vakken van het theorie examen vliegonderricht
niet ouder dan 24 maanden of een snorvliegbewijs (PGL) - met bevoegdverklaringen Vliegondericht(HI), Vliegondericht(IS) en Vliegondericht(EX) die niet langer verlopen zijn dan 36 maanden
- geldig PGL
2. Check ervaringseisen
Aantekening hulpinstructeur snorvliegen (Vliegondericht(HI))
- in het bezit van een snorvliegbrevet
- 100 starts
- 100 vlieguren
Aantekening snorvlieginstructeur (Vliegondericht(IS)
- In het bezit van een snorvliegbrevet met aantekening tandemvliegen
- 1 jaar ervaring als hulpinstructeur
- 150 starts
- 150 vlieguren
- een door de KNVvL erkende eerste hulp diploma
- 25 opleidingsdagen als hulpinstructeur snorvliegen waarvan:
- 20 stagedagen bij een KNVvL erkende opleiding
- 5 stagedagen bij een andere KNVvL erkende opleiding
Aantekening Examinator (Vliegondericht(EX))
3. Praktijk examen:
- examen tijdens een snorvliegbedrijf, waarbij de kandidaat in de praktijk demonstreert
dat hij:
o (1) op voldoende wijze in staat is leiding te geven aan leerlingen. Beoordeeld hierbij worden
in het bijzonder een keuze uit de aspecten genoemd in de hierna gespecificeerde
groep 7: Algemene leiding
o (2) op voldoende wijze in woord en daad (voor zover voor de beoogde bevoegdverklaring
Vliegondericht(HI), Vliegondericht(IS) en Vliegondericht(EX) van toepassing) naar behoren
vliegonderricht kan geven in de oefeningen van de groepen 1 t/m 5, voor zover die voor de
overeenkomende bevoegdverklaringen tandemvliegen of trikestart nodig zijn. Beoordeeld hierbij
wodt in het bijzonder een keuze uit de aspecten genoemd in de hierna gespecificeerde
groep 8: Instructie
Bijlage 2c bij het Examenreglement snorvliegen
Specificatie van de groepen van oefeningen en aandachtspunten
GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht
- Vluchtvoorbereiding
- Kennis van het snorvliegtuig
- Dagelijkse inspectie
- Controles voor de start
- Vliegerschap*
Groep 2: Start en stijgvlucht
- Aanrollen of aanlopen en loskomen
- Achterwaarts starten
- Stijgvlucht
- Klimmende en datlende bochten
- Overgang stijgvlucht in horizontale vlucht
- Controles aan het einde van de stijgvlucht
- Vliegerschap*
GROEP 3: Vrije vlucht
- Uitkijken
- Normale vlucht
- Normale bochten
- Steile bochten
- Wisselbochten met een dwarshelling groter dan 30 graden
- Vliegen met minimale en maximale snelheid
- Correcte 8 vliegen binnen 20 seconden
- twee coorecte bochten vliegen van 360 graden
- Sturen met gebruik van achterste risers
- Vliegerschap*
GROEP 4: Circuit, eindnadering en landing
- Circuitplanning
- Aansluiten op het circuit
- Checks tijdens het circuit
- Doellanding
- Vliegerschap*
GROEP 5a: Open
Groep 7: Algemene leiding Groep 8: Instructie * Definitie Vliegerschap :
Het geheel aan eigenschappen (kennis, instelling en vaardigheid) dat de ballonvaarder in staat stelt om, met inachtneming van de regels en voorschriften, met zijn ballon onder alle omstandigheden veilig te kunnen omgaan, zowel op de grond als in de lucht.
- Toezicht materieel
- Algemene zorg voor de veiligheid
- Verdeling van werkzaamheden
- Overwicht
- Optreden bij afwijkingen van de procedures
- Optreden bij calamiteiten
- Vliegerschap*
Groep 8: Instructie
- Ervaringbeoordeling leerling
- Aanpassing aan de leerling
- Instructie van de oefeningen
- Briefing voor de vlucht
- Demonstratie van de oefeningen
- Reactie op oefeningen leerling
- Nabeschouwing van de vlucht
* Definitie Vliegerschap :
Het geheel aan eigenschappen (kennis, instelling en vaardigheid) dat de ballonvaarder in staat stelt om, met inachtneming van de regels en voorschriften, met zijn ballon onder alle omstandigheden veilig te kunnen omgaan, zowel op de grond als in de lucht.
Examenreglement versie 1.4
8 december 2006


