Examenreglement


KNVvL Examinering instituut (KEI)                         

Houttuinlaan 16A, 3447 GM  Woerden

Telefoonnummer: 0348 – 4370 60

 

 

 

EXAMENREGLEMENT

Zweefvliegbewijs

Glider Pilot Licence (GPL) 

 

De voorzitter van de KNVvL, 

besluit in het kader van het KEI (KNVvL Examinering Instituut) dat het volgende examenreglement door de KNVvL is vastgesteld en in werking is getreden op 1 oktober 2004 en laatstelijk gewijzigd op 1 juli 2009

Woerden, 

F. Brink (voorzitter KNVvL) 

Examenreglement

Zweefvliegbewijs

Glider Pilot Licence (GPL)

 

Artikel 1         Algemeen

1.1               

 

De examencommissie voor zweefvliegen heeft tot taak te onderzoeken of kandidaten beschikken over voldoende praktische bedrevenheid en voldoende ervaring voor het verkrijgen van het GPL en bevoegdverklaringen daarin.

1.2               

De examencommissie is samengesteld uit twee subcommissies, waarvan de eerste is belast met de examens voor het GPL en de bevoegdverklaringen lieren, slepen en zelfstart, en de tweede is belast met de examens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht (VO), alsmede de standaardisatie van normen ten behoeve van het afnemen van examens.

1.3

               De examencommissie wordt vertegenwoordigd door de voorzitter van de commissie of, bij diens afwezigheid, door de vice-voorzitter. De voorzitter heeft als bijzondere taak het onderhouden van alle contacten met de voorzitter van de KNVvL of een door hem aan te wijzen plaatsvervanger.

 

Artikel 2         Organisatie van de commissie

2.1          Voor de benoeming van de examencommissie door de voorzitter van de KNVvL worden voor beide subcommissies afzonderlijke voordrachten opgesteld door de commissie instructie en veiligheid van de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen. Een persoon kan tot lid van beide subcommissies worden benoemd.

 

2.2          De examencommissie adviseert de voorzitter van de KNVvL met betrekking tot de voordrachten van personen voor de benoeming tot lid, voorzitter en vice-voorzitter van de examencommissie.

 

2.3          Bij het advies voor de voordracht tot benoeming tot lid van een van de subcommissies van de examencommissie wordt voor iedere persoon aangegeven voor welke examens of voor welke onderdelen van deze examens het advies geldt.

 

2.4          Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van een van beide subcommissies voor het afnemen van theorie-examens voor het GPL en bevoegdverklaring vliegonderricht (VO) houdt de examencommissie er rekening mee dat daartoe bij voorkeur een persoon wordt benoemd, die tenminste:

  • zelf in het bezit is van de bevoegdverklaring, waarvoor het examen is bedoeld;
  • een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de theorie voor de betreffende bevoegdverklaring bezit;
  • te goeder naam en faam bekend staat als deskundige.

 

2.5          Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijkexamens voor het GPL en de bevoegdverklaringen lieren, slepen en zelfstart in het GPL, houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur een persoon wordt benoemd, die tenminste:

  • een actief zweefvlieger is;
  • meer dan drie jaar in het bezit is van die bevoegdverklaring vliegonderricht (VO) voor de bevoegdverklaring waarvoor hij examen afneemt;
  • te goeder naam en faam bekend staat als zweefvlieger.

 

2.6          Bij haar advies tot benoeming van een persoon tot lid van de subcommissie voor het afnemen van praktijkexamens voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht (VO) in het GPL houdt de examencommissie er rekening mee, dat daartoe bij voorkeur een persoon wordt benoemd, die tenminste:

  • een actief zweefvlieger is;
  • minimaal 6 jaar in het bezit is van de bevoegdverklaringen waarvoor men examen afneemt;
  • een meer dan gebruikelijke affiniteit tot de opleiding van vliegonderricht (VO) bezit, hetgeen moet blijken uit het vervuld hebben van de mentorfunctie bij de succesvolle opleiding van ten minste drie instructeurs;
  • te goeder naam en faam bekend staat als zweefvlieginstructeur.

 

2.7          De voorzitter kan tijdelijk of permanent een of meer commissieleden belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de commissie of de subcommissies.

 

2.8          Door de KNVvL-Afdeling Zweefvliegen wordt voorzien in een secretaris. De secretaris verricht de secretariële werkzaamheden ten behoeve van de examencommissie.

 

2.9          Voor zover leden van de examencommissie zijn betrokken bij de opleiding voor het behalen van bevoegdverklaringen in het GPL worden kandidaten aan de opleiding van wie zij in belangrijke mate hebben bijgedragen niet door hen geëxamineerd.

 

Artikel 3         Organisatie van de theorie-examens

3.1          De theorie-examens voor het bewijs van bevoegdheid GPL en de bevoegdverklaringen in het GPL zijn, afhankelijk van het examenvak en de bevoegdverklaring, schriftelijk en mondeling, of uitsluitend mondeling.

 

3.2          In bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen uitsluitend mondeling te examineren.

 

3.3          Bij gemengde examens geldt, dat onder zekere voorwaarden, zoals beschreven in artikel 10, met betrekking tot het resultaat van het schriftelijk deel, het mondelinge deel kan komen te vervallen. De tijd tussen het afleggen van het schriftelijke examen en het eventueel af te leggen mondeling examen bedraagt voor het GPL maximaal 6 weken en voor het examen vliegonderricht bedraagt deze termijn maximaal 8 weken.

 

3.4          Van theorie-examens die uit meer examenvakken bestaan kunnen deze examenvakken apart worden geëxamineerd. Bij een voldoende resultaat voor één van deze vakken wordt aan de kandidaat een certificaat uitgereikt. De kandidaat is voor het gehele theorie-examen geslaagd indien hij binnen de daarvoor gestelde termijn certificaten heeft verworven voor alle vakken van het betreffende examen.

 

3.5          Voor de organisatie van de theorie-examens worden bij verenigingen of opleidingsinstituten op hun verzoek door de voorzitter leden van de examencommissie voor een van tevoren overeengekomen periode als coördinator benoemd. Deze coördinatoren houden namens hun vereniging of instituut contact met de voorzitter van de examencommissie, schrijven in zijn naam certificaten uit en coördineren de theorie-examens binnen hun vereniging of instituut.

 

3.6          De coördinator nodigt tijdig een voldoende aantal leden van de examencommissie uit voor het opstellen van de examenvragen, het uitoefenen van toezicht tijdens het schriftelijke gedeelte en het afnemen van de mondelinge examens. De coördinator houdt hierbij rekening met de bepaling in artikel 2.9. .

 

3.7          De examenopgaven worden gesteld over een zo groot mogelijk gedeelte van de in de exameneisen vervatte leerstof, opdat een zo goed mogelijk beeld wordt verkregen van de kennis van de kandidaat. Examinatoren maken voor het opstellen van de vragen zoveel mogelijk gebruik van de voor het betreffende examen aanbevolen literatuur.

 

3.8          De opgestelde examenopgaven worden door de opsteller zo spoedig mogelijk aan de coördinator voor het betreffende theorie-examen ter hand gesteld of toegezonden. Deze stelt de opgaven na overleg met de opstellers vast en zorgt voor de vermenigvuldiging ervan.

 

3.9          Voor ieder af te nemen theorie-examen draagt de coördinator zorg voor het beschikbaar zijn van de benodigde examenruimte en de examenmaterialen. Voor de aanvang van een examen is hij verantwoordelijk voor de controle op het geschikt zijn van de examenruimte.

 

3.10       Bij het schriftelijk gedeelte van het examen zijn in elk lokaal ten minste twee leden van de examencommissie aanwezig voor het houden van toezicht.

 

3.11       Uiterlijk 10 minuten voor aanvang van het schriftelijke examen vervoegt de kandidaat zich bij de toezichthoudende examinator(en).

 

3.12       Bij het examen moeten kandidaten zich kunnen identificeren met een algemeen gebruikelijk identiteitsbewijs, voorzien van een goedgelijkende foto. De personalia van de kandidaat worden verwerkt op het examenuitslagformulier.

 

3.13       De examenopgaven worden voorafgaande aan het begin van het schriftelijke examen door de coördinator aan de aan het toezicht deelnemende examinator(en) overhandigd om uit te delen aan de kandidaten.

 

3.14       De kandidaten beantwoorden de opgaven uitsluitend op daarvoor aan hen uitgereikt papier. Al het uitgereikte papier wordt na afloop van het schriftelijke examen ingenomen. De kandidaten mogen op hun tafel slechts die zaken hebben, welke door de toezichthoudende examinator(en) als noodzakelijk worden geacht. Uitlenen van hierboven bedoelde noodzakelijke zaken zonder toestemming van de examinator(en) is niet toegestaan.

 

3.15       Gedurende het examen mogen kandidaten het lokaal niet verlaten, niet met elkaar spreken en het werk van elkaar niet inzien. Als dat toch gebeurt, leidt dit tot het direct inleveren van het examenwerk en verdere uitsluiting van het examen.

 

3.16       Zo spoedig mogelijk na de beëindiging van het schriftelijke deel van een examen wordt het schriftelijke werk door bij voorkeur twee examinatoren nagekeken en beoordeeld. Daarna bericht de coördinator aan de kandidaten voor welk(e) vak(ken) men is geslaagd en, indien van toepassing, voor welk(e) vak(ken) nog een mondeling examen moet worden afgelegd.

 

3.17       Wanneer meer mondelinge examens gelijktijdig worden afgenomen, zorgt de coördinator ervoor dat de opstelling van de tafels zodanig is dat de examens geen hinder van elkaar ondervinden.

 

3.18       Na afloop van het mondeling deel van het examen stelt de coördinator in overleg met de aan de examinering deelnemende leden van de examencommissie het eindresultaat per examenvak voor iedere kandidaat vast en deelt dit aan de kandidaat mede. Als bewijs van een voldoende resultaat schrijft de coördinator in naam van de voorzitter van de examencommissie ter plaatse de door de kandidaat behaalde certificaten uit. Deze certificaten worden mede ondertekend door de betreffende examinator.

 

3.19       Om het ter plaatse uitschrijven van de certificaten mogelijk te maken, doet de coördinator ruim vóór het examen opgave aan het secretariaat van het verwachte aantal deelnemende kandidaten. Het secretariaat zorgt op basis van deze opgave voor een tijdige toezending van een voldoende aantal blanco certificaten.

 

3.20       Na afloop van het examen is de coördinator verantwoordelijk voor toezending aan het secretariaat van de niet uitgeschreven certificaten, samen met

-              Het beoordeelde examenwerk.

-              Een overzichtlijst van de deelnemende examinatoren.

-              Een volledig stel vragen.

-              Een ingevuld examenuitslagformulier met daarop de uitslag van het examen per kandidaat en de aanduiding of een certificaat is uitgeschreven en uitgereikt.

Al deze bescheiden worden door toedoen van het secretariaat minimaal 5 jaren zorgvuldig bewaard.

 

3.21       Na afloop van het examen mogen de kandidaten de opgaven voor het schriftelijk deel van het theorie-examen houden.

 

Artikel 4         Praktijkexamens voor het GPL en de bevoegdverklaringen lieren en slepen

4.1          Voor de organisatie van de praktijkexamens voor het GPL en de bevoegdverklaringen lieren en slepen worden bij verenigingen of opleidingsinstituten op hun verzoek door de voorzitter leden van de examencommissie voor een van tevoren overeengekomen periode als coördinator benoemd. Deze coördinatoren houden namens hun vereniging of opleidingsinstituut contact met de voorzitter van de examencommissie, schrijven in zijn naam certificaten uit en coördineren de praktijkexamens afgenomen binnen hun vereniging of opleidingsinstituut.

 

4.2          De coördinator nodigt voor de praktijkexamens voor het GPL en de bevoegdverklaringen lieren en slepen van kandidaten die nog niet in het bezit zijn van het GPL, per volledig praktijkexamen twee leden van de examencommissie uit voor het afnemen van het examen.

 

4.3          Voor het afnemen van examens voor de aanvullende bevoegdverklaringen lieren, slepen en zelfstart nodigt de coördinator één lid van de examencommissie uit.

 

4.4          Na gunstige afloop van het praktijkexamen vult de examinator een examenuitslagformulier in. De examinator ondertekent het examenformulier. Het examenformulier wordt hierna, namens de voorzitter, door de coördinator ondertekend, nadat hij zich aan de hand van het logboek, de certificaten en de eventuele vrijstellingen er van heeft overtuigd dat aan alle voorwaarden is voldaan.

 

4.5          De coördinator doet opgave van ieder door hem uitgeschreven certificaat aan het secretariaat, waar deze bescheiden minimaal vijf jaar zorgvuldig worden bewaard. 

 

4.6.         Het KEI is gerechtigd tot maximaal 1 jaar na het behalen van een bevoegdheid de logboeken, certificaten en vrijstellingen bij de eigenaar op te vragen. Na deze controle zullen de opgevraagde bescheiden aan de eigenaar worden teruggezonden. De eigenaar dient er derhalve zorg voor te dragen dat de bewijzen tot minimaal 1 jaar na het behalen van de betreffende bevoegdheid bewaard worden.

Artikel 5         Praktijkexamens voor de bevoegdverklaring vliegonderricht (VO)

 

5.1          Voor de organisatie van de praktijkexamens voor het behalen van de bevoegdverklaring vliegonderricht (VO) wordt door de voorzitter voor een van tevoren overeengekomen periode een coördinator benoemd. Deze houdt contact met de voorzitter van de examencommissie, coördineert de praktijkexamens en schrijft in naam van de voorzitter de op de praktijkexamens betrekking hebbende certificaten uit.

 

5.2          De coördinator voor de praktijkexamens voor de bevoegdverklaring vliegonderricht (VO) nodigt per praktijkexamen ten minste één examinator uit. De examinator bepaalt in overleg met de kandidaat de plaats en de datum voor het examen.

 

5.3          Na afloop van een praktijkexamen voor een bevoegdverklaring vliegonderricht (VO) vult de examinator een examenuitslagformulier in. Dit ondertekende examenuitslagformulier wordt door één van de examinatoren naar de coördinator gestuurd, die op grond daarvan in naam van de voorzitter van de examencommissie een certificaat voor het betreffende examen uitschrijft en toezendt aan de kandidaat.

 

5.4               De coördinator doet opgave van ieder door hem uitgeschreven certificaat aan het secretariaat.

 

Artikel 6         Verplichtingen van kandidaten van praktijkexamens

 

6.1          Kandidaten voor een praktijkexamen kunnen dit slechts afleggen, nadat zij het volledige theorie-examen met goed gevolg hebben afgelegd en aan de ervaringseisen voor het GPL respectievelijk de betreffende bevoegdverklaring voldoen.

 

6.2          Bij ieder examen moeten kandidaten zich kunnen identificeren door middel van een landelijk erkend identiteitsbewijs (rijbewijs, paspoort). De personalia van de betrokken kandidaat worden verwerkt op uitslagformulieren dan wel certificaten.

 

6.3          Voor ieder af te nemen praktijkexamen draagt de kandidaat in overleg met de aangewezen examinatoren zorg voor:

 

  • Toegang en opvang van de examinatoren op het te gebruiken terrein.
  • De aanwezigheid van het voor het examen benodigde materiaal.
  • De aanwezigheid van een voor het examen geschikt vliegbedrijf.

 

Artikel 7         Geldigheid theoriecertificaten

7.1               Binnen een periode van 48 maanden moeten alle benodigde certificaten voor het theorie- en praktijkexamen zijn behaald om in aanmerking te komen voor het GPL.


Artikel 8         Theorie-examens

 

8.1          De theorie-examens omvatten de vakken, omschreven in bijlage 1 bij deze regeling.

 

8.2          Op de betreffende bijlage is tevens voor elk vak aangegeven wat de tijdsduur is van zowel het schriftelijk als het mondeling examengedeelte.

 

Artikel 9         Praktijkexamens

 

9.1          Praktijkexamens omvatten de groepen of onderdelen, die zijn vermeld in bijlage 2a, b en c bij deze regeling.

 

9.2          De tijdsduur van een mondeling examen als onderdeel van een praktijkexamen is ter beoordeling van de examinator(en) met een minimum- en een maximumduur, zoals vermeld in bijlage 1 bij deze regeling.

 

9.3          Een kandidaat is geslaagd voor een praktijkexamen zodra alle van toepassing zijnde groepen en onderdelen van het examen afgelegd en als voldoende beoordeeld zijn.

 

Artikel 10       Beoordeling theorie-examens

 

10.1       Kandidaten voor het GPL worden afgewezen, wanneer bij het schriftelijke examen 40% van de te behalen punten of lager wordt behaald.

 

10.2       Kandidaten voor het VO worden afgewezen, wanneer bij het schriftelijke examen 50% van de te behalen punten of lager wordt behaald.

 

10.3       Kandidaten voor het GPL die bij het schriftelijke examen meer dan 40%, maar minder dan 70% van de te behalen punten per vak behalen, kunnen in het betreffende vak een mondeling examen afleggen. Het eindoordeel van het mondelinge gedeelte vormt tevens het eindoordeel over het betreffende vak.

 

10.4       Kandidaten voor het  VO, die bij het schriftelijke examen meer dan 50%, maar minder dan 70% van de te behalen punten per vak behalen, kunnen in het betreffende vak een mondeling examen afleggen. Het eindoordeel van het mondelinge gedeelte vormt tevens het eindoordeel over het betreffende vak.

 

10.5       Kandidaten, die bij het schriftelijke examen 70% of meer van de te behalen punten behalen, zijn geslaagd voor dat vak.

 

 


 

Bijlagen behorende tot het examenreglement voor het GPL

Bijlage 1a bij het examenreglement zweefvliegen 

In de volgende tabel zijn de examenvakken voor de theorie van het GPL aangegeven en de duur van het examen per vak.

Examenvak

examenduur

Zweefvliegen

schriftelijk

mondeling

Voorschriften

30 minuten

15 minuten

Meteorologie

30 minuten

15 minuten

Instrumenten

30 minuten

15 minuten

Zweefvliegtuigen

45 minuten

15 minuten

Navigatie

---

30 minuten

Menselijke Factoren

30 minuten

15 minuten

 

In de volgende tabel zijn de examenvakken voor de theorie van het vliegonderricht (VO ) aangegeven en de duur van het examen per vak.

Zweefvlieginstructeur

 

 

Voorschriften

30 minuten

20 minuten

Meteorologie

45 minuten

20 minuten

Constructie/dagelijks toezicht

30 minuten

20 minuten

Aerodynamica

45 minuten

20 minuten

Instrumenten

30 minuten

20 minuten

Menselijke Factoren

30 minuten

20 minuten

 

In de volgende tabel is de duur van het mondelinge examen als onderdeel van het praktijkexamen per bevoegdheid aangegeven.

Bevoegdverklaring

examenduur

 

 

minimaal

maximaal

Lieren

10 minuten

20 minuten

Slepen

10 minuten

20 minuten

Zelfstart

10 minuten

20 minuten

 


Bijlage 1b bij het examenreglement zweefvliegen

 

Ontheffingen van het theorie-examen:

 

Kandidaten die zweefvliegtechnicus zijn of over een hieronder genoemd vliegbrevet beschikken, kunnen voor de volgende onderdelen ontheffing van het theorie-examen krijgen.

 

 

GPL

VO

Zweefvliegtechnicus

Vliegtuigen

Instrumenten 

Constructie

Aerodynamica 

ATPL of CPL

Groot militair brevet,

Marine brevet

Meteo

Instrumenten

Voorschriften

Navigatie

Menselijke factoren

Meteo

Instrumenten

Aerodynamica

Menselijke factoren

PPL, RPL of CPL Ballon

Verkeersleider

Meteo

Instrumenten

Voorschriften

Menselijke factoren*

Meteo

Instrumenten

De bevoegdheid, op basis waarvan een ontheffing verleend kan worden, dient op het moment van aanvraag geldig te zijn.

* Voor CPL/Ballon geldt dat het examen na 1 oktober 2004 dient te zijn afgelegd.
* Ontheffing van het praktijk-examen VO sleep krijgt je op basis van ten minste 100 sleepstarts plus 3 sleepinstructievluchten met mentor instructeur waarvan 1 laagsleep.

Bijlage 1c bij het examenreglement zweefvliegen

Eisen bij herafgifte van een verlopen GPL en/of de bevoegdheid vliegonderricht (VO)

Indien het GPL of de bevoegdheid vliegonderricht langer dan drie maanden verlopen is, dan moet de kandidaat aan de volgende voorwaarden voldoen om het GPL respectievelijk de bevoegdheid weer geldig te krijgen.

Verloopduur

GPL

VO

Van 3 maanden tot 1 jaar:

Ervaring op peil brengen op basis van een praktijkprogramma onder verantwoording van een instructeur

en het bewijs** hiervan mee te zenden

Ervaring op peil brengen onder verantwoordelijkheid van een mentor / instructeur

en het bewijs** hiervan mee te zenden

Van 1 tot 3 jaar:

Ervaring op peil brengen op basis van een theorie en praktijkprogramma onder verantwoording van een instructeur

Praktijk examen

Ervaring op peil brengen onder verantwoordelijkheid van een mentor. Theorie en praktijk-programma aanvragen bij de voorzitter van de examencommissie

Langer dan 3 jaar:

Een praktijk- en een theorie-examen

Een praktijk- en een theorie-examen

 

** Onder bewijs wordt verstaan een verklaring van een bevoegd instructeur.

Bijlage 2a bij het Examenreglement zweefvliegen

Onderdelen van het praktijk examen voor de bevoegdverklaringen lieren, sleepvliegen of zelfstart in het GPL

1. Check geldige theoriecertificaten / zweefvliegbewijs

certificaten voor de 5 vakken van het theorie-examen zweefvliegen niet ouder dan 48 maanden

  • geldig zweefvliegbewijs of zweefvliegbewijs, dat niet langer verlopen is dan 36 maanden

 2. Check ervaringseisen

  • ten minste 40 solovluchten met een totale duur van 6 uur (of voor houders van een PPL-A (TMG) ten minste 20 solovluchten met een zweefvliegtuig)
  • een goedgekeurde serie van 5 doellandingen
  • lieren: 10 solo lierstarts waarbij ten minste de normale circuithoogte werd bereikt
  • slepen: 5 solo sleepstarts met een gezamenlijke sleeptijd van tenminste 30 minuten
  • zelfstart: 5 solo zelfstarts waarbij tenminste de normale circuithoogte werd bereikt

3. Praktijk examen:

  • voldoende mondeling examen van de 'theorie van de praktijk' (niet uitsluitend betrekking hebbend op de voorbereiding van de examenvluchten)
  • Voldoende uitvoering van 1* of 3 examenvluchten samengesteld uit oefeningen uit de volgende groepen:
    • GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht
    • GROEP 2: Start en stijgvlucht
    • GROEP 3: Vrije vlucht
    • GROEP 4. Circuit, eindnadering en landing
    • GROEP 5: Noodprocedures (voor LIEREN en SLEPEN)

*             Bij kandidaten in het bezit van een bevoegdverklaring LIEREN  kan voor de bevoegdverklaring SLEPEN worden volstaan met de hierna gespecificeerde speciale sleepexamenvlucht.

*             Bij kandidaten in het bezit van een bevoegdverklaring LIEREN  en of SLEPEN kan voor de bevoegdverklaring zelfstart worden volstaan met de hierna gespecificeerde speciale zelfstartexamenvlucht.

Een overzicht van de oefeningen in de Groepen 1 t/m 5 is in de bijlage 2c nader gespecificeerd.

De examinator maakt voor iedere examenvlucht een zodanige keuze uit de volgende oefeningen dat deze, voor zover mogelijk, ten minste eenmaal worden beoordeeld:

a.            voor kandidaten zonder een eerder behaalde bevoegdverklaring:

  • een serie wisselbochten met een dwarshelling groter dan 30°
  • herstel van een asymmetrische overtrek
  • een slipvlucht
  • een zijwindlanding*

*      Indien een van deze oefeningen bij geen van de examenvluchten praktisch mogelijk is, kan de oefening toch worden afgetekend door de examinator als deze zich er van vergewist heeft, dat de kandidaat de oefening tijdens zijn opleiding in voldoende mate beoefend heeft.

b.                            voor kandidaten voor een bevoegdverklaring slepen een speciale examensleepvlucht bestaande uit de volgende onderdelen:

  • een daalvlucht achter het sleepvliegtuig vanaf ten minste 150 m AGL tot circa 10 meter boven de grond
  • een voortzetting van dezelfde sleepvlucht tot ten minste 500 m AGL

c.                           voor kandidaten voor een bevoegdverklaring LIEREN die reeds eerder een bevoegdverklaring SLEPEN of Motor Zweef Vliegtuig verkregen:

  • een (gesimuleerde) kabelbreuk beneden 150 m AGL

d.                          voor kandidaten voor een bevoegdverklaring zelfstart die beschikken over een geldige bevoegdverklaring SLEPEN of LIEREN:

  • Een bevoegdheid zelfstart kan slechts worden geëxamineerd en/of afgegeven indien de kandidaat beschikt over een geldige bevoegdverklaring Slepen of Lieren.
  • een zelfstart onder toezicht van een examinator
  • aantonen over voldoende inzicht te beschikken over de gevaren van zelfstartmethode.

Voor kandidaten die in het bezit zijn van een vliegbewijs voor de besturing van een gemotoriseerd vliegtuig ( RPL/PPL - SEP,TMG,MLA) dan wel een CPL of ATPL geldt een vrijstelling van de examinering voor zelfstart.

N.B. Een kandidaat is alleen dan geslaagd voor het praktijkexamen, wanneer hij voor elk van de groepen oefeningen en voor elk van de voor hem van toepassing zijnde (hierboven nader gespecificeerde) speciale oefeningen een voldoende beoordeling krijgt.

 

Bijlage 2b bij het examenreglement zweefvliegen

Onderdelen van het praktijkexamen voor de bevoegdverklaringen vliegonderricht VO(G), VO(L) en VO(S) in het GPL

1.            Check geldige theoriecertificaten en zweefvliegbewijs (GPL):

  • de examinator controleert of de kandidaat voldoet aan de voorwaarden om aan het examen te mogen deelnemen. 

2.            Praktijk examen:

  • examen tijdens een zweefvliegbedrijf, waarbij de kandidaat in de praktijk demonstreert dat hij:

a.     op voldoende wijze in staat is leiding te geven aan leerlingen. Beoordeeld hierbij worden in het bijzonder een keuze uit de aspecten genoemd in de hierna gespecificeerde groep 7: Algemene leiding

b.     op voldoende wijze in woord en daad (voor zover voor de beoogde bevoegdverklaring VO(G), VO(L) of VO(S) van toepassing) naar behoren vliegonderricht kan geven in de oefeningen van de groepen 1 t/m 5, voor zover die voor de overeenkomende bevoegdverklaringen LIEREN of SLEPEN nodig zijn. Beoordeeld hierbij wordt in het bijzonder een keuze uit de aspecten genoemd in de hierna gespecificeerde groep 8: Instructie

 

 Bijlage 2c bij het Examenreglement zweefvliegen

Specificatie van de groepen van oefeningen en aandachtspunten

 GROEP 1: Voorbereiding van de vlucht

  • Vluchtvoorbereiding
  • Kennis van het vliegtuig
  • Gewicht en zwaartepunt
  • Dagelijkse inspectie
  • Controles voor de start
  • Vliegerschap*

 Groep 2: Start en stijgvlucht

  • Aanrollen en loskomen
  • Stijgvlucht
  • Klimmende en dalende bochten
  • Overgang stijgvlucht in horizontale vlucht
  • Ontkoppelen
  • Controles aan het einde van de stijgvlucht
  • Vliegerschap*

 GROEP 3: Vrije vlucht 

  • Uitkijken
  • Normale rechtlijnige vlucht
  • Normale bochten
  • Steile bochten
  • Wisselbochten met een dwarshelling groter dan 30
  • Slipvlucht
  • Overtrekken in rechtlijnige vlucht
  • Inleiding tolvlucht uit rechtlijnige vlucht
  • Inleiding tolvlucht uit bocht (= Asymmetrische overtrek)
  • Invoegen bij thermiekvliegen
  • Vliegerschap*

 GROEP 4: Circuit, eindnadering en landing

  • Circuitplanning
  • Aansluiten op het circuit
  • Checks tijdens het circuit
  • Snelheden en kleppen op het circuit
  • Eindnadering met kleppen
  • Eindnadering met slippen
  • Afronden, afvangen en uitrollen
  • Landing met zijwind
  • Doellanding
  • Vliegerschap*

 GROEP 5a: Noodprocedures (LIEREN/SLEPEN)

  • Kabelbreuk
  • Daalsleep
  • Herstel uit abnormale vliegstanden
  • Vliegerschap*

 Groep 7: Algemene leiding

  • Toezicht materieel
  • Algemene zorg voor de veiligheid
  • Verdeling van werkzaamheden
  • Overwicht
  • Optreden bij afwijkingen van de procedures
  • Optreden bij calamiteiten
  • Vliegerschap*

  Groep 8: Instructie

  • Ervaringbeoordeling leerling
  • Aanpassing aan de leerling
  • Instructie van de oefeningen
  • Briefing voor de vlucht
  • Demonstratie van de oefeningen
  • Reactie op oefeningen leerling
  • Nabeschouwing van de vlucht

 

 

* Definitie Vliegerschap :

Het geheel aan eigenschappen (kennis, instelling en vaardigheid) dat de vlieger in staat stelt om, met inachtneming van de regels en voorschriften, met zijn luchtvaartuig onder alle omstandigheden veilig te kunnen omgaan, zowel op de grond als in de lucht.

 

 

bezoek www.knvvl.nl