Informatie brevetten
Met brevet 1 op zak kun je al een aardige vlucht maken, maar blijf je onder supervisie van een instructeur. Pas met brevet 2 mag je zelfstandig vliegen.
Wil je meer en bijvoorbeeld gaan deelnemen aan (internationale) wedstrijden dan is het behalen van brevet 3 een voorwaarde. De brevetten kunnen bovendien nog worden aangevuld met aantekeningen voor bijzondere aspecten van de sport zoals bv een aantekening voor duovliegen, een soaraantekening of een sleepaantekening.
Belangrijk is dat je het op je eigen tempo doet. De meeste mensen hebben 2-3 lesweken nodig om brevet 1 te halen. Veelal is dat verspreid over meerdere (vlieg)vakanties en afhankelijk van de juiste weersomstandigheden. Er zijn piloten die in één vliegseizoen aan alle eisen voldoen om zelfstandig te mogen vliegen, anderen hebben iets meer tijd nodig. Je moet rekenen op een periode van maximaal 2 jaar om aan alle exameneisen te voldoen, maar dit kan veel sneller en is afhankelijk van de tijd die je erin steekt. Daar hoort zowel een praktijk- als een theorie-examen bij.
Brevet 1:
Dit brevet krijg je na een succesvolle afronding van de eerste fase van de vliegopleiding. Die fase begint met startoefeningen op een vlak terrein. Je leert dan de basis van starten en stoppen met een delta. Vervolgens doe je hetzelfde op een flauwe helling. Je begint onderaan de helling, maar start gedurende deze opleidingsfase steeds hoger. Er komt dan een moment waarop je loskomt en vlak boven de grond zweeft. Je leert om goed te landen. Het sturen oefen je meestal eerst in een simulator. Als je nog hoger start en echt loskomt van de grond, dan leer je het besturen van een delta in de praktijk. Met die ervaringen en met het brevet 1 op zak, kan je verder met de tweede fase van je deltavliegopleiding.
Brevet 2:
Tijdens de opleiding voor brevet 2 krijg je alles mee om zelfstandig en veilig het deltavliegen te kunnen beoefenen. In deze fase word je piloot. Je leert nog meer over het bewegen door de lucht, over het weer en je leert om je persoonlijke grenzen goed in te schatten. Je zal op meerdere plekken in binnen- en buitenland ervaring opdoen. Na het behalen van brevet 2 mag je zelfstandig deltavliegen zonder de begeleiding van een instructeur.
Brevet 3:
In de opleiding naar brevet 3 kun je dan eindelijk beginnen aan waar het echte deltavliegen om gaat: het overlandvliegen. Overlandvliegen is tochten volbrengen over fantastisch mooie gebieden, waar je op een andere manier nooit zou komen. Je leert de kneepjes van het vak van ervaren piloten, die je helpen om steeds verder te komen. Met de juiste strategie, ervaring en kennis kan je na verloop van tijd afstanden afleggen van meer dan 150 kilometer.
Aantekeningen
De volgende aantekening kunnen worden verkregen:
B = Berg
S = DuinSoaren
LA = Lieren
LM = Lierman
SA = Slepen
HI = Hulpinstructeur
IL = Instructeur Lieren
IS = Instructeur Slepen
IA = Instructeur Algemeen
RT = Radiotelephonie
DA = Duo Piloot A (piloot - piloot)
DB = Duo Piloot B (piloot - passagier)
ST = Startofficier
Meer informatie kan je vinden via:
